De Eilanden



Uitgestorven dieren

Uitgestorven landdieren van Zuid Amerika. Deze dieren evolueerden gedurende het Kenozoicum, de periode tussen 70 en 2 miljoen jaar geleden, toen het Zuid- Amerikaanse Continent niet verbonden was met enig andere landmassa. Ongeveer een miljoen jaar geleden werd contact gelegd met Noord Amerika via de landengte van Panama. Dat had de invasie van vreemde soorten, waaronder carnivoren (vleeseters), zoals sabeltandtijgers en wolven, met extinctie tot gevolg.

Waarnemingen van Darwin

Hij trof er een type kleine vogels aan (in de literatuur meestal vinken genoemd, inmiddels blijken het eigenlijk gorzen te zijn), die hoewel ze sterk op elkaar lijken toch van elkaar verschillen in de bouw van hun snavel. Nader wetenschappelijk onderzoek heeft geleerd (zoals men zou kunnen vermoeden) dat deze verschillen aanpassingen zijn aan uiteenlopende soorten voedsel, bijvoorbeeld hardere of zachtere zaden.

Recent onderzoek heeft aangetoond, dat deze veranderingen zich in slechts enkele generaties kunnen voltrekken bij sterke wijziging van het voedselaanbod.

Een tweede voorbeeld betreft de reuzenschildpadden. Inwoners van de eilanden maakten Darwin er op attent, dat elk eiland zijn eigen typische soort herbergt. Sommige soorten hebben een koepelvormig schild, anderen juist een soort zadelschild, dat het dier de mogelijkheid biedt zijn kop hoog op te tillen. Kennelijk om hoger gelegen plantendelen te kunnen bereiken, want juist op de drogere eilanden, zonder grazige vegetatie worden de “saddlebacks” aangetroffen.

Een derde illustratie van evolutie door natuurlijke selectie wordt gevormd door de Galápagos leguanen. Darwin was bekend met het uiterlijk van de leguaan van het Zuid Amerikaanse vasteland. Van de twee op de Galápagos voorkomende leguanen is de geelbruine soort een holbewoner, die zich onder andere voedt met cactusbladeren. De ander is volstrekt uniek, omdat hij zich ontwikkeld heeft tot zwemmer. In rust koestert hij zich op de rotsen in de zon, maar om te foerageren gaat hij de zee in om zeewier te grazen. Zeeleguanen spugen zout, omdat zij dit op deze manier in overvloed binnenkrijgen.

In de eeuwen die aan deze periode voorafgingen, werden de op onze aarde voorkomende levensvormen toegeschreven aan een Goddelijke Schepping, die in de Bijbel is beschreven. Dit beeld impliceert de onveranderlijkheid der soorten(planten en dieren). Toch gingen er rond het begin van de negentiende eeuw stemmen op, die het idee van veranderlijkheid, evolutie propageerden, maar het gedachtegoed van deze revolutionairen was ofwel zeer vaag geformuleerd of gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Onder hen bevonden zich Darwin grootvader Erasmus Darwin en de Fransman Jean Baptiste Lamarck.

Charles Darwin

In 1832 kreeg de jonge Engelsman Charles Darwin, amateur-bioloog en 23 jaar oud, door voorspraak van de Cambridge hoogleraar Henslow en aangemoedigd door zijn oom Josiah Wedgwood, de kans een wereldreis te maken op een schip van de Britse marine, de “Beagle” onder het commando van kapitein Robert Fitz Roy. Deze tocht, die tot doel had vreemde kusten in kaart te brengen voor de Admiraliteit, bood Darwin de gelegenheid wereldwijd waarnemingen te doen op het gebied van de geologie en de biologie. De waarnemingen die Darwin op deze reis deed, zijn de aanleiding geweest voor zijn ideeën over evolutie door natuurlijke selectie.

De jaren 1832-1834 brachten de Beagle en zijn bemanning langs de oost- en westkust van Zuid Amerika. Voor de karteringswerkzaamheden voer het schip heen en weer langs de kust, zodat Darwin ondertussen tochten te paard kon maken op het vasteland. Tijdens deze avonturen in een roerig Uruguay en Argentinië kon Darwin skeletten van grote uitgestorven dieren aanschouwen, welke door bodembewegingen en erosie aan de oppervlakte waren gekomen. Darwin stelde zichzelf vragen over de relatie tussen de moderne hoefdieren van Patagonie en die van miljoenen jaren geleden. Hielden deze verschillen verband met de geologische geschiedenis van het continent?

De Beagle bezocht Vuurland met zijn primitieve en vrijwel naakte Indiaanse inboorlingen en kruiste in straat Magelhaes alvorens de Chileense kust te gaan karteren. Darwin maakte een tocht in midden-Chili en aanschouwde het Andes gebergte.

De Galápagos Eilanden met hun unieke flora en fauna hebben hun bekendheid te danken aan de rol die zij hebben gespeeld in de gedachtevorming van Charles Darwin in de jaren 1835-1859 over evolutie door natuurlijke selectie.


Charles Darwin Research Station

De Galápagos Eilanden ontlenen hun bekendheid en wetenschappelijke betekenis aan het bezoek van Charles Darwin in 1835, als onderdeel van zijn 5 jaar durende reis om de wereld met HMS Beagle. Teruggekeerd in Engeland schrift Darwin dat zijn waarnemingen van flora en fauna op de Galápagos Eilanden een hoofdrol hebben gespeeld bij zijn gedachtevorming over evolutie en het ontstaan van nieuwe soorten op aarde. Het waren vooral de verschillen die hij waarnam bij onder andere de reuzen landschildpadden en de vinkensoorten op de diverse eilanden die Darwin aan het denken hebben gezet en dat uiteindelijk in 1859 resulteerde in de publicatie van “the origin of species”, evolutie door natuurlijke selectie.

Het Charles Darwin Research Station bevindt zich in de plaats Porta Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz en verricht een groot aantal activiteiten, alle gericht op het behoud en herstel van de flora en fauna. Het station wordt beheerd door de Charles Darwin Foundation, die in 1958 werd opgericht. Daarbij wordt nauw samengewerkt met de National Park Service van Ecuador. Bezoek ook de website van het Charles Darwin Research Station.

Natuurbehoud

In het verleden werden grote aantallen schildpadden zeelieden werden meegenomen om hen op hun lange reizen van vers vlees te voorzien, met als gevolg dat op een aantal eilanden de schildpadden nagenoeg zijn/waren uitgestorven. Een grootscheeps reddingsprogramma werd opgezet om de op elk eiland typische schildpadsoort in een dierenverblijf op het Charles Darwin Station te fokken. Wanneer de dieren vijf jaar oud zijn, worden ze teruggezet in de natuur van hun herkomst. In maart 2002 kon de duizendste schildpad teruggeplaatst worden op het eiland Espańola, waar tussen 1965 en 1970 slechts veertien volwassen exemplaren waren gevonden en geen enkel jong dier. Een boeiend relaas over de ervaringen die het station opdeed bij dit fokprogramma is te vinden in: Godfrey Merlen, restoring the tortoise dynasty, the decline and recovery of the Galápagos giant tortoise.

Het uitroeien van geiten is inmiddels ook op vele plaatsen zeer succesvol (Santiago, Isabela), waarmee niet alleen de voedselvoorziening van de schildpadden weer in orde is, maar bovendien een rijke terugkeer is gebleken van vele endemische plantensoorten.

Bedreiging

De grootste bedreiging voor de natuur op de Galápagos Eilanden gaat uit van de mens. Door zeelieden en immigranten geďntroduceerde geiten en varkens verwilderden en konden zich door het ontbreken van natuurlijke vijanden snel vermeerderen. Daar ze voor hun voedselbehoefte op dezelfde begroeiing zijn aangewezen als de schildpadden, is voor de laatsten het voedselaanbod schaars geworden. Bovendien zijn schildpadeieren en pas uit het ei gekomen schildpadjes een makkelijke prooi voor de verwilderde honden, katten en varkens en voor de eveneens binnengedrongen ratten.

Inmiddels wordt er niet meer gejaagd, dit gebeurt nog slechts met heel veel camera’s. Om alle bewoners en toeristen van voedsel en water te voorzien is de enorme goederenstroom in de richting van de eilanden de oorzaak van de import van heel veel nieuwe plante- en diersoorten, met name insecten. Deze vormen een regelrechte bedreiging voor Galápagos. Het kwetsbare ecosysteem met z’n bijzondere endemische flora en fauna is niet gewend aan concurrentie noch bedreiging. In feite zou je kunnen stellen dat de natuurlijke isolatie van de eilanden, die voor deze uniciteit heeft gezorgd, door menselijk toedoen is opgeheven. Galápagos zal zo snel steeds meer gaan lijken op de rest van de wereld.


Bedreiging en natuurbehoud

Al lange tijd probeert men enerzijds de ondergang van de natuur op de Galápagos Eilanden is een halt toegeroepen, maar anderzijds zijn inmiddels de toenemende bewoning en het toerisme een steeds grotere bedreiging gaan vormen. In de eerste helft van de twintigste eeuw zijn rapporten uitgebracht, die de totale verwoesting van de natuur op de Galápagos Eilanden aankondigden, tenzij er snel actie werd ondernomen.

In 1958 werd de internationale Charles Darwin Foundation opgericht, teneinde effectieve maatregelen te nemen. Men besloot een biologisch station op te richten om onderzoek te doen naar de beste werkwijze voor het behoud van de oorspronkelijke natuur. Daartoe werd ook een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de Nationale Park Service van Ecuador.

In het jaar daarop riep dat land 97% van het landoppervlak van de eilanden uit tot Nationaal Park. In 1964 werd het Charles Darwin Research Station opgericht op het eiland Santa Cruz. In 1978 kregen de Galápagos Eilanden van UNESCO de status van World Heritage Site. In 1986 werd een gebied in zee rondom de eilanden tot Galápagos Marine Resources Reserve bestempeld ter bescherming van het unieke leven te water. In 2001 werd ook dit reservaat tot World Heritage Site verklaard. Sinds 2007 heeft UNESCO Galápagos helaas op de lijst van bedreigd Wereld Erfgoed moeten plaatsen, vanwege de vele bedreigingen die op de eilanden zijn afgekomen door de enorme bevolkingsgroei en de snel toenemende toeristenstroom.

De vogels

Er is een groot aantal vogels dat zich permanent op de Galápagos Eilanden bevindt, de zogenaamde standvogels. Hieronder treft men zowel endemische vogelsoorten aan, zoals de Galápagos albatros, de niet-vliegende aalscholver en de Galápagos pinguďn en de eerder genoemde vinken, spotvogels en buizerd. Ook vogels die veelvuldig elders op de wereld voorkomen, zoals de zilverreiger, de flamingo, de gent en de fregatvogel.

Interessant is dat sommige vogels geen vast broedseizoen hebben, veel is afhankelijk van het ter beschikbaar zijn van voedsel. Het voorkomen van de verschillende soorten vogels houdt nauw verband met de verschillende vegetatiezones, die vooral op de grotere eilanden worden aangetroffen. Op vele plaatsen langs de kust kan men de gemaskerde en blauwvoetgenten te zien krijgen. De blauwvoeten broeden in kolonies, soms hebben zij om de zeven tot negen maanden een nest.

Heel opmerkelijke zeevogels zijn de pinguins. Zij broeden alleen op Fernandina en op de westkust van Isabela. De Galápagos pinguďn is de meest noordelijk voorkomende pinguinsoort en de enige die zich aan de tropen heeft aangepast. Een andere speciale zeevogel is de Galápagos albatros, die alleen op het eiland Hood broedt.

Het dierenrijk

Bij de endemische gewervelde dieren op de Galápagos Eilanden hebben de reptielen veruit de overhand. Naast de landschildpadden en de leguanen zijn er op alle eilanden lavahagedissen te vinden.

Er komen zeven ondersoorten voor Ook van de niet giftige slang zijn zeven ondersoorten bekend. Er zijn zes soorten gekko’s, hiervan zijn er vijf endemisch. Er zijn slechts twee oorspronkelijke soorten zoogdieren, twee vleermuizen en één soort rijstrat. Maar er zijn wel andere zoogdieren, die een belangrijke plaats innemen in de Galápagos: de zeeleeuwen en de pelsrobben.

De eersten zijn verwant aan de Californische zeeleeuw, de tweede aan de pelsrobben van het Zuidelijk Halfrond. Zeeleeuwen komen veelvuldig in de archipel voor. De pelsrobben geven sterk de voorkeur aan koel en diep water, waar zij zich het beste kunnen handhaven. Hun aantal is veel kleiner dan dat van de zeeleeuwen en het aantal plaatsen waar zij aangetroffen worden is beperkt. Dat zeeleeuwen en pelsrobben op de evenaar voorkomen wordt vooral toegeschreven aan het koele water dat door de Humboldt-Stroom naar de Galápagos Eilanden wordt gebracht.


Flora & Fauna

Zowel het planten- als het dierenleven op de eilanden is zonder meer uniek te noemen, wat voor een groot deel te danken is hun geďsoleerde ligging ten opzichte van de continenten.

Er is wel enige verwantschap met het Zuid-Amerikaanse Subcontinent te constateren, zodat kan worden aangenomen, dat daar de oorsprong van veel planten en dieren ligt. Dat is echter zo lang geleden, dat veel planten en dieren op de eilanden een geheel eigen evolutie hebben doorgemaakt.

De afstand tussen de eilanden onderling en de verschillen in vegetatie en voedsel aanbod op de eilanden, hebben vervolgens een rol gespeeld bij het ontstaan van meerdere ondersoorten bij bijvoorbeeld de landschildpadden, de leguanen, de lavahagedissen, de vinken en de spotvogels.

Dit zijn vooral de dieren, die niet in staat zijn zich zelfstandig van eiland naar eiland te verplaatsen. Daarentegen is er maar één soort Galápagos buizerd, lavameeuw en één soort zwaluwstaartmeeuw. Vogels die zich door de gehele archipel kunnen bewegen. De planten en dieren, die alleen op de Galápagos Eilanden voorkomen worden endemisch genoemd.

Opmerkelijk is dat de meeste in het wild levende dieren van de Galápagos Archipel nauwelijks bang zijn voor de mens. Waarschijnlijk hebben zij hun vluchtreactie verloren. (foto). Dit staat in scherpe tegenstelling tot het gedrag van de verwilderde huisdieren, die heel schuw zijn en alles doen om de mens te ontlopen!


Geschiedenis

De Spaanse bisschop Tomas de Berlanga zou de eilanden in 1535 ontdekt hebben toen zijn schip, bij gebrek aan wind afdreef. In de 17e en 18e eeuw waren ze een toevluchtsoord voor zeerovers, die er grote aantallen enorme schildpadden aantroffen, die zeer geschikt bleken als levende proviand.

Nog later vonden walvisvaarders er hun basis. In 1832 werden de eilanden door Ecuador geannexeerd. Hierna volgde een periode waarin een aantal kolonies werden gesticht, hetgeen gepaard ging met de introductie van geiten, varkens, honden en katten die gaandeweg verwilderden. En waar mensen komen, volgen de ratten. Alles bijeen hebben deze nieuwe bewoners, mensen en dieren, enorme schade aangericht aan de oorspronkelijk planten- en dierenwereld.

In de loop der eeuwen zijn de eilanden meerdere malen van naam veranderd, of bleven twee namen, een Engelse en een Spaanse, naast elkaar bestaan. Ook op de huidige kaarten worden de eilanden nog wel met twee namen aangeduid. Ieder eiland heeft thans echter één officiële naam, die of van Spaanse of van Engelse oorsprong is.


Ontstaan

De Galápagos Eilanden zijn van vulkanische oorsprong. Het vulkanisme op de Galápagos heeft een bijzondere herkomst. De archipel ligt boven een plek op de aardkorst die men een hot spot noemt. Deze hot spot is een plek die tot op zeer grote diepte stationair in de aardkorst is, terwijl de bovenliggende platen van de aardkorst ten opzichte van de hot spot en ten opzichte van elkaar verschuiven.

De grote aardkorstplaat van het gehele zuidoostelijke pacifische bekken, de Nazca Plaat, schuift over de Galápagos hot spot heen naar het zuidoosten in de richting van de Zuid-Amerikaanse kust. Op de aardkorst ontstaat boven de hot spot door opsmelting, ten gevolge van de hogere temperatuur, een onderzeese vulkaan. De vulkaan maakt deel uit van de aardkorstplaat, de onderliggende hot spot echter niet. In het geval van de Galápagos wordt de onderzeese vulkaan uiteindelijk een eiland, zodra deze door vulkanische activiteit een zodanige omvang heeft gekregen dat de top boven de zeespiegel uitrijst. Soortgelijke eilandvorming doet zich ook voor bij de Hawaď Eilanden en de Azoren.

Doordat de aardkorstplaat in zuidoostelijke richting opschuift, ontstaat later boven de stationaire hot spot opnieuw een vulkaan, westelijk van de eerste vulkaan. De oudere, in zuidoostelijke richting opschuivende vulkaan wordt niet meer door de hot spot met magma gevoed en groeit dus niet meer in omvang. In tegendeel, het eerst gevormde eiland zal door de processen van wind- en watererosie steeds verder afslijten. Dit proces zet zich steeds verder door.

De oudste, laagste en kleinste eilanden liggen daardoor in het oosten van de archipel. Er wordt geschat dat deze eilanden niet ouder zijn dan vijf miljoen jaar. De grootste, jongste en vulkanisch actieve eilanden liggen in het westen.

Het proces van eilandvorming vindt in het westen van de archipel nog steeds plaats en de eilanden behoren tot de vulkanisch meest actieve plaatsen ter wereld. Het betreft hier overigens een milde vorm van vulkanisme, waarbij de lava traag naar buiten stroomt en niet met explosies in de lucht wordt geschoten. Het vulkanisme levert voor de bezoekers geen enkel gevaar op. De eilanden hebben nu gezamenlijk een oppervlakte van bijna 8.000 km2, waarvan ruim de helft in beslag wordt genomen door het grootste eiland Isabela. Hier ligt ook de hoogste vulkaan van de eilanden, de 1.689 meter hoge Cerro Azul.


De Eilanden

De Galápagos Archipel ligt in de Stille-Oceaan, ongeveer 1.000 km ten Westen van het Zuid-Amerikaanse Continent op en om de evenaar. Het eilandenrijk bestaat uit veertien grote en zes kleine eilanden en een veelvoud van kleine eilandjes en rotspunten. Het totale landoppervlak is circa 8.000 km˛ groot.

De Galápagos Eilanden zijn een provincie van Ecuador. In 1959 werd 97% van het landoppervlak van de archipel tot Nationaal Park uitgeroepen en in 1986 kwam het Galápagos Marine Reservaat tot stand. De UNESCO heeft het gebied uitgeroepen tot Wereld Erfgoed (World Heritage Site.)

Vier eilanden zijn bewoond. De administratieve hoofd-plaats is Puerto Baquerizo Moreno op het eiland San Cristobal. De grootste plaats is Puerto Ayora op het eiland Santa Cruz. Daar bevindt zich het Charles Darwin Research Station (CDRS) en de Dienst van het Galápagos Nationale Park.

Het totaal aantal inwoners van de archipel bedraagt ongeveer 26.000 in 2009….. (in 1982 nog ongeveer 6.000).

Wat de eilanden met elkaar gemeen hebben, is hun vulkanische oorsprong. Daar niet alle eilanden tegelijk zijn ontstaan, zijn er echter duidelijk waarneembare verschillen. De jongste eilanden (in het westen) hebben duidelijk vulkanen bedekt met zwarte lava, en sommige bestaan maar uit één enkele krater, terwijl op de eilanden meer naar het oosten de lava tot een bruin-kruimelige massa is vergaan met hier en daar resten van één of meer kraters.

Ieder eiland heeft wel iets specifieks en bijzonders, wat zowel van geologische als van biologische aard kan zijn. Eén van de allermooiste uitzichten over een vulkanisch landschap heeft men vanaf het eilandje Bartolomé, waar verder weinig leven te vinden is, terwijl op een ander klein eilandje, N.Seymour, van de vulkanische oorsprong weinig meer te zien is maar waar het wemelt van (zee)vogels, leguanen en zeeleeuwen.